Foto's: Luc Dequick
Dialoog

Rolstoelatleet Peter Genyn: "De sterkste motivatie komt vanuit jezelf"

Peter Genyn nam al vier keer deel aan de paralympische spelen. Eerst streed hij mee met het rugbyteam en de laatste twee edities met de atletieknummers. Dat leverde hem al vier medailles op. Peter vertelt gedreven over topsport, zijn motivatie en zijn leven als rolstoelatleet.

Hoe ben je in de topsport beland?

“In 1993 brak ik mijn nek. Toen ik revalideerde, werd het rolstoelrugbyteam in Gent opgericht. Ze vroegen me om deel te nemen. De eerste training keek ik toe, de tweede deed ik mee. Het bleek de perfecte sport voor mij. Ik ben recreatief begonnen en later is het uit de hand gelopen.”

Topsporter worden was geen doel op zich?

“Nee, ik denk dat niemand met sport start met het idee om topsporter te worden. Je sport omdat je dat graag doet en hoe meer je traint, hoe beter je wordt en hoe plezanter het wordt. Dat is een vicieuze cirkel. Vervolgens begin je meer te doen, zoals op je eten te letten en nog meer te trainen. Er gaan ettelijke jaren voorbij vooraleer we aan echte topsport doen. In het rugby wou ik het vooral zo goed mogelijk doen. Later met atletiek had ik dan medaillekansen en eens je die gouden medaille hebt, smaakt dat naar meer. Sport is eigenlijk zeer verslavend.”

Je sportcarrière is gestart vanuit je revalidatie. Hoe heeft sport je geholpen?

“Het heeft mij geholpen om eruit te komen. Ik leerde mensen kennen met dezelfde handicap en ik zag hoe zij hun plan trokken. Daar stak ik veel van op. Sport gaf me ook weer een doel in het leven. Door mijn val was er veel weggevallen en plots kijk je uit naar nieuwe dingen en wil je bijvoorbeeld mee naar wedstrijden en tornooien. Daarnaast maakt het trainen je ook sterker en wordt het dagelijks leven makkelijker. Ik kon bijvoorbeeld sneller met de rolstoel naar de bakker omdat ik aan kracht won. Tenslotte is sport ook een uitlaatklep als je moeilijke momenten hebt. Je mentaliteit is belangrijk. Je moet optimistisch blijven, vooruit willen en er het beste van maken. Je leven stopt niet met die rolstoel.”

Hoe kijkt de samenleving naar paralympiërs?

“Het paralympisch verhaal is sterk veranderd. Alles is veel professioneler: omkadering, sponsoring, pers, ... Aan het begin van mijn carrière werden wij niet serieus genomen als sporters. Die mentaliteit is helemaal veranderd. Nu worden wij echt als topsporters en volwaardige atleten aanzien. Dat maakt ook dat we nu sponsors vinden, waardoor we beter materiaal hebben en op stage kunnen. Dat bevordert dan weer onze prestaties. Het was niet evident maar nu zit dat wel in een opwaartse spiraal. Stilaan komt er meer erkenning. Zo heb ik prijzen gewonnen tussen valide sporters, zoals het Vlaams Sportjuweel en de Vlaamse Reus. Ook de discussie rond de medaillepremies bij valide en invalide sporters is daar een voorbeeld van. Dat zou twintig jaar geleden ondenkbaar zijn. Toch haal ik mijn voldoening niet uit die aandacht, wel uit mijn prestaties."

Denk je dat je door de media-aandacht nog meer een voorbeeld bent voor anderen?

“Ik merk wel dat ik aan bekendheid gewonnen heb. Er zijn effectief een aantal mensen begonnen met wheelen omdat ze mij bezig zagen. In die zin ben ik toch een voorbeeld en dat is wel flatterend. Maar of het me ook motiveert om sportief beter te doen? Ik wil op de volgende spelen mijn prestaties liefst verbeteren, maar ik denk dat de motivatie echt van jezelf moet komen. Als je enkel een voorbeeld wil zijn, denk ik niet dat je alles kan opbrengen wat je moet doen om daar goud te halen.”

Wat maakt leven in een rolstoel moeilijk?

“Vroeger werd je meteen bestempeld als iemand met een mentaal probleem. Mensen spraken dikwijls de persoon naast mij aan in plaats van mezelf. Dat was een grote misvatting. Stilaan beseffen steeds meer mensen dat een rolstoel niet betekent dat je mentaal niet in orde bent.

Ook gaan velen er nog van uit dat je, ondanks je rolstoel, toch nog een paar stapjes kan zetten. Als ik aan een hotel of restaurant vraag of het rolstoeltoegankelijk is en dat blijkt niet zo te zijn, dan vind ik dat niet oké. Zelfs wanneer dat ‘maar drie trappen’ zijn, is dat voor mij niet mogelijk. Hetzelfde met parkeerplaatsen. Die zijn er omdat wij onze deur helemaal moeten openen om in of uit de wagen te kunnen. Ik werd al uitgekafferd omdat ik iemand aansprak die onnodig op een gehandicaptenplaats stond.

Ook toiletten zijn vaak een probleem. Dat is iets waar ik altijd rekening mee moet houden. De kans is klein dat het toilet toegankelijk is. Dan moet ik op voorhand sonderen of gewoon weinig drinken. Weet je dat de gemiddelde gehandicaptentoilet vaak een opslagruimte is of dat de ruimte verkeerd is aangepast? Er wordt vaak onvoldoende over nagedacht.”

Peter Genyn rolstoelatleet

Wat is voor jou ‘goede zorg’?

“Dat je vriendelijk behandeld wordt en dat je zorgverlener weet dat hij of zij omgaat met mensen. Voor mijn revalidatie had ik een negatieve ervaring en dat blijft je helaas bij. Ik lag in het ziekenhuis en kon mijn armen amper bewegen toen ik aan een verpleegkundige vroeg of ze mij drinken kon geven. ‘Daar heb ik nu geen tijd voor’, antwoordde ze en ze ging weg.

Gelukkig maakte ik ook vaak het tegenovergestelde mee en doen bijvoorbeeld veel thuisverpleegkundigen veel voor hun patiënt. Hoe je omgaat met je patiënt is wat telt. Je kan de kamer binnenkomen met een glimlach of met een kwaad gezicht. Als ze je ’s morgens wekken, is het leuker als iemand vriendelijk is. (lacht) Uiteraard moet dat ook wederzijds zijn. Je kan niet verwachten dat ze je goed behandelen als je de eikel uithangt. Het helpt ontzettend als je een band kan opbouwen met je zorgverlener.”

Hoe geef je invulling aan een goede gezondheid?

“Je gezondheid is sowieso het belangrijkste dat er is. Daar moet je echt hard mee bezig zijn. In mijn specifieke situatie moet ik opletten voor doorligwonden. Daarom kies ik om altijd direct op bed te liggen, zelfs bij een minuscuul klein wondje. Heel vervelend, maar als het ontspoort, kan het grote gevolgen hebben. Ik ga ervan uit dat het met een reden gekomen is en dat het dus niet vanzelf zal verdwijnen. Ook let ik extra op om niet te vallen, want als rolstoelgebruiker heb je namelijk broze botten. Bovendien vraagt ook je gewicht meer aandacht dan bij een valide mens. Met een verlamming verplaats je je al niet makkelijk en hoe zwaarder je bent, hoe moeilijker dat is.

Een tip voor de lezer: als je in een rolstoel terechtkomt, probeer je gewicht onder controle te houden. Heel veel mensen komen uit revalidatie en staan superscherp. Ze hebben een periode intens getraind en niet zo lekker of veel gegeten. Nadien zijn ze niet meer actief en beginnen ze de hele dag te eten. Voor je het weet, kom je snel bij en duiken er allerlei problemen op. Let verder goed op en laat je spieren niet verkorten. Kortom: verzorg je goed.”

Datum laatste aanpassing: 
29/03/2022