© Geert Van Hoeymissen, Joost Joossen, VRT
Dialoog

Interview met Thomas Vanderveken: van mantelzorger voor zijn vader tot jonge papa

Eerst voor jezelf zorgen, dan voor de andere is één van de dingen die ik graag onthoud uit een fijn gesprek met Thomas Vanderveken. Ooit was hij een jonge mantelzorger voor zijn zieke vader, vandaag is hij zelf vader. Met een groot hart voor zorg vertelt hij over zijn ervaringen.

Je was al heel jong mantelzorger. Wat overkwam jullie gezin 15 jaar geleden?

“Mijn vader leek perfect gezond, tot hij een paar keer flauwviel. Toen bleek dat hij mesothelioom had, longvlieskanker veroorzaakt door asbest. De prognose van anderhalf jaar is ongeveer uitgekomen. Voor hemzelf en ons gezin was het een zware klap. Mijn broer en ik zijn terug thuis gaan wonen om samen met onze moeder, met zo veel mogelijk liefde en als familie, voor hem te zorgen.”

Hoe zou je mantelzorg omschrijven?

“Het is de meest persoonlijke zorg. De zorg in België is wereldtop en heel goedkoop. Daar moeten we trots op zijn, maar het blijft professionele zorg. Ook al doen goed opgeleide mensen met zo’n groot mogelijke inzet hun werk, de zorg blijft minder intiem, persoonlijk en betrokken dan wanneer je familie je verzorgt. Het is ook anders wanneer een zieke dag in dag uit deelneemt aan het gezinsleven, dan wanneer je iemand op geregelde tijdstippen moet gaan bezoeken in de kale en steriele omgeving die het ziekenhuis toch wel is.”

Zijn jullie tegen jullie grenzen aan gelopen als mantelzorger?

“Absoluut. In het begin voelde onze vader zich nog kerngezond, was zijn lichaam nog in goede staat en kon hij zelf nog veel, maar hij evolueerde steeds verder en uiteindelijk is hij echt afgetakeld. Op het einde woog hij nog maar 40 kilo. Hij at niet meer, had doorligwonden … Bezoekers vroegen hoe het mogelijk was dat wij hem op die manier thuis konden blijven verzorgen, maar het gebeurde allemaal zo geleidelijk dat we de aftakeling nauwelijks zagen, net omdat we het volledige traject meemaakten. Wij klampten ons vast aan wat hij wel nog kon.

Gelukkig waren we met z’n drieën, want als je er alleen voor staat, lijkt zo’n traject me haast onmogelijk. Soms wordt het gewoon te veel en dan is het goed als er iemand naast je staat die kan overnemen. Je hebt een team nodig om op zo’n manier zorg te dragen. Wij hielden dat evenwicht goed in de gaten voor elkaar en gaven elkaar de nodige ademruimte, zodat we zelf in orde bleven. Vergelijk het met de noodprocedure rond zuurstofmaskers in vliegtuigen: je moet eerst je eigen masker opzetten en dan pas dat van je kind. Anders zou jij kunnen flauwvallen voor je je kind kan helpen. Zo is mantelzorg voor mij ook. Net omdat je de zieke persoon zo graag ziet, is het verleidelijk om die grens over te steken en niet meer naar jezelf te kijken. Met als resultaat dat je op een gegeven moment crasht. 

Vergeet als mantelzorger vooral niet om ook in donkere periodes te genieten en mooie momenten te creëren. Je mag niet verdwalen in je zorgtaken. Op den duur is er niets anders meer dan schoonmaken, wassen en eten geven. Lach dus ook samen, luister naar muziek of doe iets anders wat je fijn vindt.

De mooiste herinneringen die ik heb zijn van de momenten waarop we echt tijd gemaakt hebben voor elkaar. Voor mensen die bijvoorbeeld getroffen worden door ziekte of overlijden is de omgeving heel belangrijk. Bel eens naar zo iemand, ga langs, help. Het is verkeerd om mensen niet lastig te vallen of niets te vragen. Vraag misschien of het kwaad kan dat je ernaar vraagt, maar vraag ernaar. Ze zitten er wél op te wachten.”

Wat hebben jullie achteraf bekeken minder goed aangepakt?

“Mijn vader heeft te lang gewacht met zijn euthanasie-aanvraag. Hij was vóór, heeft er altijd over gesproken, maar op het moment dat hij het wou, was hij door de morfine al ontoerekeningsvatbaar en kon het niet meer geregeld worden. Hij heeft daardoor te lang pijn geleden. De morfinedoseringen waren zo hoog dat hij nauwelijks nog wist dat hij er was. Dat was voor niemand aangenaam. Ik weet voor mezelf dat ik het anders wil.”

Wat drijft je om ook vandaag nog actief bezig te zijn met de asbestproblematiek?

“Het had tijd nodig. Voor ik er een stem in was of wou zijn, was er eerst iets belangrijkers: rouw. Dat is ook waarom zo weinig familieleden van asbestslachtoffers op hun tamtam roffelen. De ziekte overvalt je, het gaat snel, er is niets aan te doen en ineens is er een gat geslagen in je familie. Je hebt tijd nodig om daar over te geraken. Bovendien vinden mensen mekaar moeilijk. In Vlaanderen is er veel rouw rond asbestslachtoffers, maar heel solitair, als regendruppeltjes. Overal zijn er mensen die huilen, maar er is niet één grote plas. Omdat ik op tv kom, krijg ik meer reacties en bereik ik meer mensen.

Anderzijds struikel ik constant over asbest. Ik kom het voortdurend tegen, in mijn eigen huis, in de koffiebar van mijn vriendin … Het zit overal. Vroeger waren er vooral professionele slachtoffers, maar vandaag zijn de grootste risicogroepen schoolkinderen (omdat er veel asbest in oude schoolgebouwen zit) en doe-hetzelvers. 

Vlaanderen is decennialang de grootste asbestgebruiker per hoofd geweest. Het is belangrijk dat mensen het gevaar kennen, dat je als doe-het-zelver weet waarvan je moet afblijven. Er sterven twee keer zoveel mensen aan asbest dan aan het verkeer en toch horen we elke dag over verkeersdoden, maar amper iets over asbestslachtoffers. Het gaat mij om levens redden. Hopelijk leest iemand erover, is die beter gesensibiliseerd en als ik daar als bekend gezicht aan kan bijdragen, is het de moeite waard.”

Je bent een jonge vader. Na de geboorte van je zoon kaartte je het beperkte vaderschapsverlof aan, waarom?

“Na de geboorte van ons kindje heb ik een maand onbetaald verlof genomen. Ik besefte dat niet iedereen dat kan en vroeg me af waarom een man na 10 dagen weer fulltime aan de slag moet. Waarom hebben vaders geen recht om thuis te blijven, hun kind te zien en hun vrouw bij te staan? We leven in 2018 en willen dat mannen ook beseffen wat het is om voor een kind te zorgen en te helpen in het huishouden. Maar dan moet er ook boter bij de vis komen. Bovendien zou het ook voor de vrouw goed zijn als haar partner wat langer thuis is. Na 10 dagen ligt zij immers nog op apegapen en ondertussen heeft je kind de hele tijd zorg nodig. Als je dit voorstelt, komt onmiddellijk de vraag de vraag wie het zal betalen.

Maar dit gaat over prioriteiten stellen en herverdelen. Als ouders samen voor hun baby zorgen, is er minder kinderopvang nodig, zijn er misschien minder burn-outs, … Andere kosten vallen weg en de kosten van extra bevallings- en ouderschapsverlof worden dus (deels) gecompenseerd.Dat blijkt ook uit onderzoek. In Scandinavië werkt het, dus het kan. Het gaat erom dat moeders en vaders een gelijke start kennen, dat de moeder de vrijheid moet hebben om ervoor te kiezen voltijds te werken en dat de vader ervoor kan kiezen om deeltijds te werken.”

Hebben jullie thuis kraamzorg gekregen?

“Wij hebben ontzettend veel gehad aan de vroedvrouw aan huis. Wij hebben haar vooraf leren kennen en uitleg gekregen. Eerst waren we wat bang voor de typische prenatale lessen – met 20 vrouwen puffen in een zaaltje – maar zo was het niet. Wij hebben interessante gesprekken gevoerd over bevallen, over moeder en vader worden, en over de hulp die de vroedvrouw kon bieden.”

Datum laatste aanpassing: 
13/06/2018

Ontdek hoe het Wit-Gele Kruis je kan helpen

Zowel tijdens je zwangerschap als na de bevalling helpt een vroedvrouw jou en je baby thuis verder. Ook als alles vlot verloopt, is een regelmatig bezoek van een vroedvrouw nuttig.

Onze verpleegkundigen zijn opgeleid om patiënten met kanker te verzorgen en te begeleiden. Ook met je vragen en bezorgdheden kun je bij ons terecht. Zo moet je minder vaak naar het ziekenhuis, wat je comfort aanzienlijk verhoogt.